Uitspraak
200204787/1, is vernietigd, en die zij in hun bedenkingenschrift gericht tegen het ontwerp van het thans bestreden besluit, hebben herhaald en ingelast.
Raad van State
Verweerder verleende op 8 februari 2005 een vergunning aan Stichting LOP-Lith voor het oprichten en exploiteren van een co-vergistingsinstallatie te Oijen. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit met diverse bezwaren, waaronder onvoldoende milieueffectrapportage, geur- en geluidhinder, en onvolledige aanvraag.
De Raad oordeelde dat het beroep van appellanten sub 1 deels niet-ontvankelijk was wegens het niet tijdig indienen van bedenkingen. De inhoudelijke bezwaren van appellanten sub 2 werden gemotiveerd beoordeeld. De Raad stelde vast dat de technische capaciteit van de installatie onder de 100 ton per dag blijft, waardoor geen milieueffectrapportageplicht bestaat. Verder zijn geur- en geluidnormen adequaat vastgesteld en getoetst aan de Nederlandse emissierichtlijn en de Handreiking industrielawaai.
De Raad verwierp ook bezwaren over bacteriologisch besmettingsgevaar, verkeersoverlast en visuele hinder, omdat deze niet voldoende milieurelevantie hadden of niet aannemelijk waren. De vergunning is daarmee in stand gebleven. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard, waardoor de vergunning in stand blijft.