ECLI:NL:RVS:2005:AU7991
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vrijstelling bestemmingsplan en bouwvergunning voor dakopbouw woning Barendrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht weigerde op 26 augustus 2003 vrijstelling van het bestemmingsplan en een bouwvergunning voor het vergroten van een woning door een dakopbouw op de tweede verdieping. Deze weigering werd bevestigd bij besluit van 28 juni 2004 en door de rechtbank Rotterdam op 2 maart 2005 bekrachtigd. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan, maar dat het college bevoegd was om vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19, derde lid, WRO, in samenhang met artikel 20 Bro Pro. Het college had geweigerd vanwege mogelijke onaanvaardbare verslechtering van bezonning en daglichttoetreding, gebaseerd op een algemeen bezonningsonderzoek.
De Raad van State vond dat het college onvoldoende had onderzocht en onderbouwd of het bouwplan daadwerkelijk tot onaanvaardbare verslechteringen zou leiden. Het gebruikte bezonningsonderzoek was te algemeen en niet specifiek toegespitst op de situatie. Hierdoor was het besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht, die respectievelijk vereisen dat een bestuursorgaan de nodige feiten onderzoekt en dat besluiten deugdelijk gemotiveerd zijn.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het besluit van het college vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het college dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.