ECLI:NL:RVS:2005:AU8441
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Handhaving last onder dwangsom wegens overtreding milieuregels opslag bijproduct en kuilvoer
Bij besluit van 7 december 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan appellant lasten onder dwangsom opgelegd vanwege overtredingen van artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer en voorschrift 2.6.4 van de revisievergunning. Appellant had bijproduct opgeslagen buiten stal E op een betonplaat en de kuilvoeropslag niet afgedekt, wat in strijd was met de vergunning.
Appellant voerde aan dat er geen overtredingen waren en dat er sprake was van een gerechtvaardigd vertrouwen dat handhaving zou achterwege blijven, omdat het bevoegd gezag tot 2003 niet had gehandhaafd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dit vertrouwen niet was gewekt en dat de overtredingen wel degelijk hadden plaatsgevonden.
Verder stelde appellant dat opslag buiten stal E was toegestaan en dat afdekking niet nodig was bij voldoende afstand tot gevoelige objecten. De Afdeling stelde vast dat uit de aanvraag bleek dat opslag van bijproduct slechts in stal E was toegestaan en dat voorschrift 2.6.4 meerdere malen was overtreden.
De Afdeling overwoog dat handhaving in het algemeen noodzakelijk is bij overtreding van wettelijke voorschriften, tenzij bijzondere omstandigheden concreet uitzicht op legalisatie bieden of handhaving onevenredig is. Dit was niet het geval, mede omdat een bouwvergunning voor stal E nog niet was verleend en opslag buiten niet vergunbaar was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van milieuregels is ongegrond verklaard.