ECLI:NL:RVS:2005:AU8471
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake besluit aanleg fietsdoorsteek Akkerweg Moergestel
Het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk nam op 1 juni 2004 een besluit tot aanleg van een fietspad met drie doorsteken langs de Akkerweg in Moergestel. Appellant maakte bezwaar tegen een van deze doorsteken, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde dat het besluit wel een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb was, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat het collegebesluit slechts een principebesluit was zonder rechtsgevolgen voor derden. Ook het bezwaar tegen de kapvergunning faalde omdat deze vergunning na het bezwaar was verleend en niet expliciet in het bezwaarschrift werd genoemd.
De Raad van State bevestigde deze overwegingen en oordeelde dat het besluit niet gericht was op rechtsgevolgen en daarom niet als besluit in de zin van de Awb kon worden aangemerkt. Tevens merkte de Afdeling op dat mogelijk nog andere vergunningen vereist zijn voor de aanleg van het fietspad. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.