ECLI:NL:RVS:2005:AU8721
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.M. van Angeren
- Ch.W. Mouton
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen last onder dwangsom wegens opslag gevaarlijke stoffen
Piecom B.V. kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van voorschriften 2.1.4 en 1.6.10 van het Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer betreffende de opslag van gevaarlijke stoffen in haar inrichting aan de Bovendijk 217 te Rotterdam.
Appellante stelde dat de voorschriften van paragraaf 2.2 van de bijlage van het Besluit van toepassing waren, omdat de gevaarlijke stoffen bestemd waren voor derden en in emballage werden opgeslagen. Verweerder stelde dat paragraaf 2.2 niet van toepassing was omdat de emballage niet aan derden geadresseerd was. De Raad van State oordeelde dat voorschrift 2.1.4 van toepassing is en dat de opslagruimte en wijze van opslag moeten voldoen aan de richtlijn CPR 15-1.
Verder stelde appellante dat de richtlijn CPR 15-1 vervangen zou worden door PGS 15, waardoor minder strenge eisen zouden gelden, en dat handhaving daarom niet redelijk was. De Raad oordeelde dat op het moment van het besluit geen concreet zicht op legalisatie bestond en handhaving gerechtvaardigd was.
Appellante voerde ook aan dat eerst een schriftelijke waarschuwing had moeten worden gegeven, maar de Raad stelde dat het hier gedragsvoorschriften betreft die snel weer overtreden kunnen worden, zodat handhaving zonder waarschuwing gerechtvaardigd was.
Tot slot vond de Raad de begunstigingstermijn van drie maanden voor aanpassing van de opslag voldoende. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Piecom B.V. tegen de last onder dwangsom is ongegrond verklaard en de handhaving blijft in stand.