ECLI:NL:RVS:2005:AU8723
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.M. van Angeren
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningbesluit inzake verwerking afval en baggerberging wegens onzorgvuldigheden en onduidelijkheden
Bij besluit van 30 december 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Utrecht een milieuvergunning voor een inrichting voor verwerking van afvalstoffen en aanleg van een baggerberging, maar weigerde vergunning voor droog zeven van asbesthoudende grond. Appellanten, waaronder een bedrijf en diverse bewonersverenigingen, stelden beroep in tegen dit besluit.
De Raad van State oordeelde dat het beroep van appellante sub 1 gegrond is omdat de aanvraag voor het droog zeven van asbesthoudende grond onvoldoende was voorbereid en het besluit onzorgvuldig was genomen. Tevens werden meerdere vergunningvoorschriften vernietigd wegens onduidelijkheid en strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Andere beroepen, onder meer betreffende geluidhinder, geurhinder, ongedierte en waardevermindering, werden ongegrond verklaard. Het beroep van appellante sub 4 was deels niet-ontvankelijk.
De Raad bepaalde dat het college binnen 13 weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij een aangepast voorschrift over overslag van afval in de scheidingshal wordt opgenomen. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante sub 1. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige voorbereiding en duidelijke voorschriften bij milieuvergunningen.
Uitkomst: Het besluit van 30 december 2004 is vernietigd voor meerdere vergunningvoorschriften en de weigering van vergunning voor droog zeven van asbesthoudende grond; het college moet een nieuw besluit nemen.