ECLI:NL:RVS:2005:AU8731
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- W.M. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij afwijzing toevoeging rechtsbijstand
Appellante verzocht om een toevoeging rechtsbijstand, welke door het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te Amsterdam werd afgewezen bij besluit van 2 augustus 2001. Na een administratief beroep dat ongegrond werd verklaard, stelde appellante beroep in bij de rechtbank Amsterdam. Dit beroep werd echter na de beroepstermijn ingediend en door de rechtbank ongegrond verklaard, ondanks dat de rechtbank de termijnoverschrijding niet als verschoonbaar achtte.
De Raad van State oordeelt dat de uitspraak van de rechtbank innerlijk tegenstrijdig is doordat zij het beroep ongegrond verklaarde terwijl het niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens termijnoverschrijding. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Appellante voerde persoonlijke problemen aan als reden voor de late indiening, ondersteund door een verklaring van een psychiater. De Raad van State stelt echter vast dat appellante zich bewust was van de noodzaak tijdig beroep in te stellen en dat de omstandigheden geen verschoonbare termijnoverschrijding opleveren.
De Afdeling wijst een proceskostenveroordeling af en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt terugbetaald. Hiermee wordt het hoger beroep afgedaan zonder terugverwijzing.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.