ECLI:NL:RVS:2005:AU8733
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bouw- en gebruiksvoorschriften bij woningsplitsing in Landerd
Het college van burgemeester en wethouders van Landerd heeft appellante onder dwangsom bevolen om alle bouwkundige wijzigingen die afwijken van de verleende bouwvergunning ongedaan te maken en de zelfstandige bewoning van haar deel van het pand te beëindigen. Appellante betwistte dit besluit, stellende dat er geen sprake is van zelfstandige bewoning maar slechts van een inwoningsituatie.
De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellante inderdaad heeft gebouwd in afwijking van de vergunning en dat er feitelijk sprake is van twee aparte wooneenheden, waardoor het gebruik strijdig is met het bestemmingsplan.
Het beroep van appellante op uitzicht op legalisatie op grond van provinciaal beleid en de herziening van het bestemmingsplan faalt, omdat dit uitzicht onvoldoende concreet is. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen, aangezien vergelijkbare gevallen niet aanwezig zijn. De Raad van State bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.