ECLI:NL:RVS:2005:AU8752
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- H. Troostwijk
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning tuinbouwkas ondanks geschil over agrarische bedrijfsvoering en bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout verleende op 29 juli 2003 bouwvergunningen aan een vergunninghoudster voor een tuinbouwkas en bedrijfsgebouwen op twee aangrenzende percelen bestemd voor agrarisch gebruik. Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat de bouwplannen een overschrijding van de toegestane oppervlakte aan staand glas betekenden en dat de plannen in strijd waren met het bestemmingsplan en milieuregels.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak en overwoog dat de twee bedrijven, hoewel door dezelfde vergunninghoudster betrokken, afzonderlijk geëxploiteerd worden met verschillende teeltwijzen en afzetkanalen, waardoor geen sprake is van één agrarisch bedrijf in de zin van het bestemmingsplan.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht heeft geoordeeld dat de bouwplannen niet leiden tot een overschrijding van de toegestane oppervlakte aan staand glas per bedrijf en dat geen milieuvergunning vereist is. Ook werd het betoog dat de bouwplannen binnen het agrarische bouwperceel niet zijn toegestaan, verworpen omdat de bebouwing volledig binnen het juiste bouwperceel is gesitueerd. De Afdeling bevestigde daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunningen blijven van kracht.