Uitspraak
200106018/1heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat dit beschermingsniveau nodig is ter voorkoming, dan wel voldoende beperking, van stankhinder als gevolg van het houden van paarden. In hetgeen appellant heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor een ander oordeel. Voor zover appellant heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte niet heeft aangegeven wanneer en waar de door hem gehanteerde beleidsnotitie bekend is gemaakt, zodat volgens appellant niet duidelijk is wanneer deze beleidsnotitie in werking is getreden, overweegt de Afdeling dat dit aan het door verweerder hanteren van het beleidskader niet kan afdoen.