ECLI:NL:RVS:2005:AU8771
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding reistijdverlet op grond van reisafstand bij rechtsbijstand
Het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te 's-Hertogenbosch stelde bij besluiten van 4 november 2003 de vergoedingen vast voor door appellant verleende rechtsbijstand op grond van twee toevoegingen. Appellant verzocht om vergoeding van reistijdverlet, welke werd afgewezen omdat de reisafstand minder dan 60 kilometer bedroeg.
Appellant stelde in hoger beroep dat de reistijd in plaats van de reisafstand bepalend moest zijn en dat ook de reistijd per openbaar vervoer meegewogen moest worden. Tevens voerde hij aan dat een medewerker van het bureau hem een vergoeding had toegezegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de vergoeding op grond van artikel 24 van Pro het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 wordt berekend aan de hand van de reisafstand, waarbij het bureau gebruik mag maken van een AND-routeplanner. De door appellant gestelde afspraak met een medewerker is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.