ECLI:NL:RVS:2005:AU8780
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- W.M. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor stichting Qbus
De stichting Qbus verzocht om een toevoeging voor rechtsbijstand, welke door het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te Amsterdam werd afgewezen. De raad verklaarde het administratief beroep van de stichting ongegrond en ook de rechtbank Amsterdam wees het beroep af. Hiertegen stelde de stichting hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van artikel 36 van Pro de Wet op de rechtsbijstand rechtspersonen slechts bij uitzondering een toevoeging kunnen krijgen. De stichting, die zonder winstoogmerk faciliteiten en ondersteuning biedt aan niet-professionele muzikanten, beschikte op 31 december 2002 over een batig saldo van € 11.262,32. De rechtbank en de raad stelden dat van de stichting redelijkerwijs verwacht mag worden dat zij zelf de kosten van rechtsbijstand draagt of een rechtsbijstandsverzekering afsluit.
De Raad van State volgde dit oordeel en bevestigde dat het vermogen van de stichting en de mogelijkheid tot verzekering meebrengen dat zij geen toevoeging behoeft. Ook achtte de Afdeling het niet relevant dat het vermogen in 2004 mogelijk was afgenomen, omdat de aanvraag in 2003 werd ingediend. De kosten van de advocaat in de procedure waarvoor de toevoeging werd gevraagd, konden niet bij de draagkrachtberekening worden betrokken.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging bevestigd.