ECLI:NL:RVS:2005:AU8783
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- T.M.A. Claessens
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep Natuurschoonwet
De Minister van Landbouw en de Staatssecretaris van Financiën hebben de rangschikking van het Landgoed "De Langenhorst" onder de Natuurschoonwet 1928 ingetrokken met ingang van 29 augustus 2001. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage, dat niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.
Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar dit verzet werd eveneens ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat zij op grond van de toepasselijke wettelijke bepalingen niet bevoegd is kennis te nemen van dit hoger beroep, tenzij er sprake is van evidente schending van fundamentele rechtsbeginselen.
De Afdeling stelt vast dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat appellant geen gronden had ingediend, ondanks meerdere verzoeken daartoe. De vermeende misleiding door een medewerker van de griffie leidt niet tot een schending van fundamentele procesrechten. Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.