ECLI:NL:RVS:2005:AU9039
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bezwaar overbrenging afvalstoffen op grond van Verordening 259/93/EEG
Bij besluit van 23 november 2005 maakte de Staatssecretaris bezwaar tegen de voorgenomen overbrenging van 900.000 kilogram olie, water en sedimentresten van België naar Nederland op grond van de Verordening 259/93/EEG. Verweerder stelde dat de kennisgeving niet voldeed aan de Verordening, onder meer omdat de overbrenging afkomstig zou zijn van meerdere locaties en de procedure van algemene kennisgeving onjuist werd toegepast.
Verzoeksters betwistten deze bezwaren en stelden dat de route-inzameling gebruikelijk is en dat de bezwaren niet op de Verordening zijn gebaseerd. Tijdens de zitting op 22 december 2005 werd vastgesteld dat de behandeling van het bezwaarschrift spoedig zou plaatsvinden en dat verweerder bepaalde bezwaren waarschijnlijk niet zou handhaven.
De Voorzitter oordeelde dat verweerder belanghebbenden voorafgaand aan de wijziging van bestuurspraktijk had moeten informeren, wat niet was gebeurd. Gezien het ontbreken van zwaarwegende milieubezwaren en de afhankelijkheid van verzoeksters van de afvalstoffen, werd besloten het bezwaarbesluit te schorsen tot 1 februari 2006, met een voorlopige voorziening die beperkte overbrenging toestaat. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaarbesluit van de Staatssecretaris wordt geschorst tot 1 februari 2006 met een voorlopige voorziening voor beperkte overbrenging van afvalstoffen.