ECLI:NL:RVS:2005:AU9069
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. Konijnenbelt
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking marktrechten Rotterdam West
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had bij besluit van 3 september 2004 de naam van verzoeker doorgehaald van de lijst van ingeschrevenen voor staanplaatsen, waardoor zijn marktrechten op de zaterdag- en donderdagmarkt te Rotterdam West werden ingetrokken met ingang van 25 oktober 2004. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 18 april 2005 werd afgewezen, waarbij de doorhaling werd uitgesteld tot 1 januari 2006.
Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Rotterdam, die bij uitspraak van 8 december 2005 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde verzoeker hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde het verzoek op 30 december 2005.
De Voorzitter oordeelde dat het besluit tot doorhaling ingrijpende en onomkeerbare gevolgen heeft voor verzoeker en dat een zorgvuldig onderzoek met deugdelijke rapportages vereist is. Ter zitting bleek dat de afwezigheid van verzoeker telkens was geconstateerd zonder dat medewerkers bij de kraam de gelegenheid kregen uitleg te geven. Getuigenverklaringen spraken de constateringen van het college grotendeels tegen.
Daarom ontbrak het aan de vereiste zorgvuldige voorbereiding en stonden de constateringen van onvoldoende aanwezigheid niet vast. De Voorzitter concludeerde dat het niet uitgesloten is dat het bestreden besluit en uitspraak niet in stand zullen blijven, en schorste daarom het besluit en bepaalde dat het college de proceskosten en griffierecht aan verzoeker moet vergoeden.
Uitkomst: De Voorzitter heeft het besluit tot intrekking van de marktrechten geschorst wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding.