Uitspraak
no. 200402459/1) heeft de Afdeling geoordeeld dat geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat verweerder er ten onrechte van uitgegaan is dat het natuurmonument verzuringgevoelig is. Daarbij is het volgende van belang geacht. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de (vervallen) Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij, voorzover hier van belang, wordt onder voor verzuring gevoelige grond onder meer verstaan, veengronden en moerige gronden met een zanddek of veenkoloniaal dek, en kalkloze zandgronden. Blijkens Bijlage 1 van de Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij, vallen meerveengronden en beekeerdgronden, die in het natuurmonument aanwezig zijn, respectievelijk in de eerste en de tweede categorie. In hetgeen appellant heeft gesteld bestaat derhalve geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder van een onjuiste afstand is uitgegaan.