ECLI:NL:RVS:2006:AU9386
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.R. Schaafsma
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bodemsanering wegens onvoldoende onderzoek en samenhang verontreiniging
Appellante, eigenaresse van een perceel, betwistte besluiten van gedeputeerde staten Gelderland waarin de ernst en urgentie van bodemverontreiniging werden vastgesteld en saneringsplannen werden goedgekeurd. Zij stelde dat het nader onderzoek onvolledig was en niet voldeed aan het voorgeschreven Protocol.
De Raad van State oordeelde dat het onderzoek niet aan de vereisten voldeed, mede omdat slechts een deel van de verontreiniging was onderzocht en de samenhang tussen verschillende verontreinigingen onterecht werd ontkend. Het deskundigenbericht bevestigde dat aanvullend onderzoek nodig was om de omvang en het oorzakelijk verband van de verontreiniging vast te stellen.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde gedeputeerde staten tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het belang van een volledig en samenhangend bodemonderzoek onderstreept in het kader van de Wet bodembescherming.
Uitkomst: Het besluit van gedeputeerde staten Gelderland wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek en onjuiste beoordeling van samenhang bodemverontreiniging.