ECLI:NL:RVS:2006:AU9395
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen gedeeltelijke afwijzing handhavingsverzoek melkrundveehouderij
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 september 2004 waarbij hun verzoek om handhavingsmaatregelen ten aanzien van een melkrundveehouderij gedeeltelijk werd afgewezen. Verweerder stelde dat er geen overtredingen waren van de milieuvergunning en legde voor de toegewezen handhavingsmaatregelen een last onder dwangsom op.
Het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen werd niet tijdig behandeld, maar verweerder nam later alsnog een beslissing op bezwaar. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarom niet-ontvankelijk.
De inhoudelijke behandeling richtte zich op de vraag of er sprake was van overtredingen van vergunningvoorschrift 2.5.2 en het gebruik van een mengvoerwagen. Uit controles van de Regionale Milieudienst en het waterschap bleek dat er geen overtredingen waren. Verweerder was daarom niet bevoegd om handhavend op te treden. Het beroep werd voor zover ontvankelijk ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 januari 2006.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor het niet tijdig beslissen en ongegrond voor het overige.