ECLI:NL:RVS:2006:AU9780
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring van geschiktheid voor motorrijtuigen wegens alcoholmisbruik
Appellant verzocht om een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen categorie B/C, welke door het CBR op 22 april 2004 werd geweigerd wegens alcoholmisbruik. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat de gebruikte %CDT-waarde slechts een vermoeden geeft en dat zijn medische situatie de verhoogde waarde verklaart.
De Raad van State oordeelde dat het CBR zich terecht baseerde op twee psychiatrische rapporten die alcoholmisbruik vaststelden, mede door verhoogde leverenzymwaarden en een %CDT-waarde van 3,7. Het CBR gebruikte een erkende testmethode en hield rekening met de strenge eisen vanwege verkeersveiligheid. De Raad vond dat het CBR voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant alcoholmisbruik pleegde en dat weigering van de verklaring gerechtvaardigd was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot weigering van de verklaring van geschiktheid bevestigd.