ECLI:NL:RVS:2006:AU9789
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Beekhuis
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning nertsen- en varkenshouderij wegens onvoldoende milieutoetsing
Bij besluit van 2 februari 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Eersel een vergunning voor een nertsen- en varkenshouderij op een perceel te Eersel. Diverse appellanten, waaronder een dierenrechtenstichting en omwonenden, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het geschil op 1 november 2005 en deed uitspraak op 18 januari 2006.
De Afdeling oordeelde dat het beroep van appellanten sub 4 deels niet-ontvankelijk was vanwege het niet tijdig inbrengen van bedenkingen. Verder werd vastgesteld dat het bestuursorgaan onvoldoende had gemotiveerd waarom geluidhinder en stankhinder niet tot weigering van de vergunning leidden. Met name werd geoordeeld dat de woning die als tweede bedrijfswoning werd beschouwd, feitelijk niet meer als zodanig werd gebruikt en daarom ten onrechte buiten beschouwing was gelaten bij de stankhinderbeoordeling.
Daarnaast bleek dat het bestuursorgaan geen onderzoek had verricht naar de juiste ligging van een uitloper van het kwetsbare gebied 'Stroomkesberg', terwijl dit relevant was voor de toepassing van de Wet ammoniak en veehouderij. Hierdoor was de voorbereiding van het besluit niet zorgvuldig en de motivering onvoldoende. Het beroep van appellant sub 2 werd ongegrond verklaard, maar de beroepen van de overige appellanten werden gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Tevens werden proceskosten toegekend aan de appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van milieuregels, met uitzondering van het beroep van appellant sub 2 dat ongegrond wordt verklaard.