ECLI:NL:RVS:2006:AU9818
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit saneringsplan waterbodem Dommel wegens procedurefouten
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant stemde bij besluit van 3 augustus 2004 in met het saneringsplan van het Waterschap de Dommel voor de waterbodem van de Dommel in de gemeente Boxtel. Appellanten, waaronder een inwoner nabij de saneringslocatie en een milieubehoudsvereniging, maakten bezwaar tegen dit besluit. Het college verklaarde het bezwaar van appellant sub 1 niet-ontvankelijk en dat van appellante sub 2 ongegrond.
De Raad van State oordeelde dat appellant sub 1 wel degelijk belanghebbende is omdat zijn perceel op ongeveer 8 meter van de saneringslocatie ligt en hij gevolgen van de sanering kan ondervinden. Het college had ten onrechte zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast stelde de Afdeling vast dat de verkorte voorbereidingsprocedure onterecht was toegepast, omdat niet was voldaan aan de door het college opgestelde criteria, onder meer doordat de sanering mogelijk perceelsgrensoverschrijdende verontreiniging veroorzaakt en er meer dan vier belanghebbenden zijn.
De Raad van State vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten. De overige aangevoerde gronden werden niet behandeld omdat de procedurele fouten reeds tot vernietiging leidden.
Uitkomst: Het besluit van het college van gedeputeerde staten Noord-Brabant wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van de voorbereidingsprocedure en onjuiste belangenafbakening.