ECLI:NL:RVS:2006:AU9825
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- B.J. van Ettekoven
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling planschadevergoeding na weigering vergoeding door gemeente Heemskerk
Appellant, de raad van de gemeente Heemskerk, wees een verzoek om planschadevergoeding af van een belanghebbende die schade vorderde vanwege een vrijstelling voor de bouw van een appartementengebouw nabij zijn woning. De rechtbank Haarlem vernietigde deze afwijzing en oordeelde dat bij de planvergelijking niet mocht worden uitgegaan van de maximale invulling van de bestemming voor een hoofdverkeersweg, omdat de aanleg van de verlengde Coentunnelweg op het perceel feitelijk onmogelijk was geworden.
De gemeente stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de aanleg van de verlengde Coentunnelweg met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet op het perceel kan plaatsvinden, waardoor deze bestemming buiten beschouwing moet worden gelaten bij de planvergelijking.
De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht de beslissing op bezwaar had vernietigd en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Heemskerk wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.