ECLI:NL:RVS:2006:AU9836
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.G.J. Parkins de Vin
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid vreemdelingenbewaring ondanks overlijden tijdens detentie
Bij besluit van 24 oktober 2005 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het overlijden van de vreemdeling tijdens een brand in het uitzetcentrum geen invloed heeft op de rechtmatigheid van de bewaring. Tevens werd geoordeeld dat de mededeling van de vreemdeling dat hij volledige medewerking zou verlenen aan zijn uitzetting niet betekent dat hij vrijwillig Nederland wilde verlaten. Daarbij speelde mee dat de vreemdeling eerder was uitgezet maar opnieuw Nederland was binnengekomen zonder zich te melden.
Een nieuw aangevoerd verweer over de rechtmatigheid van de staandehouding werd niet in behandeling genomen omdat dit niet binnen de grieven van het hoger beroep viel. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.