ECLI:NL:RVS:2006:AU9839
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vervroegde toelating speciaal onderwijs voor kind met ernstige spraakmoeilijkheden
De zaak betreft het hoger beroep van een stichting tegen het besluit van de inspecteur van het onderwijs om een kind met ernstige spraakmoeilijkheden niet eerder dan 26 weken voor haar vierde verjaardag toe te laten tot het speciaal onderwijs. De inspecteur had een eerdere toelating geweigerd, maar wel toegestaan dat het kind vanaf 1 maart 2005 werd toegelaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de inspecteur binnen zijn beleidsvrijheid heeft gehandeld door de termijn van 26 weken als standaard te hanteren en alleen in bijzondere gevallen een langere termijn toe te staan. De Raad oordeelde dat dit beleid niet in strijd is met de Wet op de expertisecentra (Wec) en dat het verschil in toelatingsleeftijd tussen kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden en dove of slechthorende kinderen voortvloeit uit de wettelijke regeling.
Verder concludeerde de Raad dat de inspecteur de belangen van het kind voldoende zorgvuldig heeft afgewogen en dat de vroegtijdige diagnose van de spraakstoornis geen bijzondere omstandigheid vormt die een eerdere toelating rechtvaardigt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot vervroegde toelating tot het speciaal onderwijs bevestigd.