ECLI:NL:RVS:2006:AV0240
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.A.M. van Angeren
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen besluit inzake overlegging ambtsberichten in asielprocedure
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft op 6 april 2004 besloten om stukken die ten grondslag liggen aan individuele ambtsberichten uit 2000 en 2003 gedeeltelijk te overleggen aan wederpartijen. Tegen dit besluit en daaropvolgende besluiten heeft wederpartijen bezwaar gemaakt en beroep ingesteld bij de rechtbank Utrecht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 14 mei 2004 niet-ontvankelijk, verklaarde het beroep tegen het besluit van 29 juli 2004 ongegrond en het beroep tegen het besluit van 4 november 2004 gegrond.
De Minister stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State tegen de uitspraak van de rechtbank. Dit hoger beroep werd echter niet tijdig ingediend; het beroepschrift kwam één dag na afloop van de wettelijke termijn binnen en was niet aangetekend verzonden, waardoor de datum van terpostbezorging niet kon worden vastgesteld. De Minister heeft geen bewijs geleverd dat het beroepschrift tijdig ter post is bezorgd.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er waren geen omstandigheden die een verschoonbare termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 25 januari 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.