Uitspraak
200508824/1) heeft de Voorzitter overwogen dat uit hetgeen verzoekers hebben aangevoerd niet gebleken is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan behoort te worden afgezien van handhaving.
200508824/1geschorst.
Raad van State
Bij besluit van 16 augustus 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkelland bestuursdwang toegepast tegen het tankstation van verzoeker wegens niet-naleving van het Besluit tankstations milieubeheer en overtreding van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer. Verzoekers maakten bezwaar en stelden beroep in bij de Raad van State.
De Voorzitter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening en constateerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die afzien van handhaving rechtvaardigen. Hoewel verzoekers een plan van aanpak hadden opgesteld voor een nieuw onbemand tankstation, was er geen financiële onderbouwing ingediend die een schorsing van het besluit zou rechtvaardigen.
Verzoekers stelden dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden en dat verweerder willekeurig handelde. De Voorzitter vond dit onvoldoende aannemelijk, mede omdat de situaties niet vergelijkbaar waren en de beslissingen binnen wettelijke termijnen waren genomen.
Gezien deze overwegingen wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestuursdwangbesluit wordt afgewezen.