ECLI:NL:RVS:2006:AV0267
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens administratief beroepschrift
Op 11 december 2003 stelde de wederpartij beroep in tegen het uitblijven van een besluit op een administratief beroepschrift van 4 augustus 2003. De rechtbank Leeuwarden verklaarde dit beroep gegrond in haar uitspraak van 28 juni 2005, omdat appellant niet had gerealiseerd dat er sprake was van twee aanvragen om toevoeging en twee administratieve beroepschriften.
Appellant voerde aan dat er slechts één aanvraag en één administratief beroepschrift was, waarop op 17 oktober 2003 een besluit was genomen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het administratief beroepschrift in het onderhavige dossier een kopie betrof van het beroepschrift in een andere zaak waar al een besluit op was genomen. Hierdoor kon het niet als een zelfstandig administratief beroepschrift worden aangemerkt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep bij de rechtbank niet-ontvankelijk. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep bij de rechtbank wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een zelfstandig administratief beroepschrift.