ECLI:NL:RVS:2006:AV0267

Raad van State

Datum uitspraak
25 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200506948/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens administratief beroepschrift

Op 11 december 2003 stelde de wederpartij beroep in tegen het uitblijven van een besluit op een administratief beroepschrift van 4 augustus 2003. De rechtbank Leeuwarden verklaarde dit beroep gegrond in haar uitspraak van 28 juni 2005, omdat appellant niet had gerealiseerd dat er sprake was van twee aanvragen om toevoeging en twee administratieve beroepschriften.

Appellant voerde aan dat er slechts één aanvraag en één administratief beroepschrift was, waarop op 17 oktober 2003 een besluit was genomen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het administratief beroepschrift in het onderhavige dossier een kopie betrof van het beroepschrift in een andere zaak waar al een besluit op was genomen. Hierdoor kon het niet als een zelfstandig administratief beroepschrift worden aangemerkt.

De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep bij de rechtbank niet-ontvankelijk. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep bij de rechtbank wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een zelfstandig administratief beroepschrift.

Uitspraak

200506948/1.
Datum uitspraak: 25 januari 2006.
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de raad voor rechtsbijstand te Leeuwarden,
appellant,
tegen de uitspraak in zaak no. 03/1408 van de rechtbank Leeuwarden van 28 juni 2005 in het geding tussen:
[wederpartij], verblijvend te [land]
en
appellant.
1.    Procesverloop
Bij uitspraak van 28 juni 2005, verzonden op 28 juni 2005, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het beroep dat is ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op administratief beroep door appellant gegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 8 augustus 2005, bij de Raad van State ingekomen op 8 augustus 2005, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 15 september 2005. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 12 oktober 2005 heeft [wederpartij] van antwoord gediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 januari 2006, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. J.T. Buysman, gemachtigde, is verschenen. [wederpartij] is met bericht niet verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Op 11 december 2003 heeft [wederpartij] beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn administratief beroepschrift van 4 augustus 2003. De rechtbank heeft dit beroep gegrond verklaard in haar uitspraak van 28 juni 2005; geregistreerd onder procedurenummer 03/1408 WRB. De rechtbank oordeelde dat appellant zich kennelijk niet heeft gerealiseerd dat er sprake is geweest van twee aanvragen om toevoeging en van twee administratieve beroepschriften waarop beslist diende te worden. Appellant bestrijdt dit oordeel en stelt dat er slechts één aanvraag is geweest en één administratief beroepschrift. Op dit administratief beroepschrift heeft appellant een besluit genomen op 17 oktober 2003 waartegen door [wederpartij] beroep is ingesteld bij de rechtbank. Op 28 juni 2005 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in deze zaak, welke is geregistreerd onder procedurenummer 03/1196 WRB.
2.2.    In het onderhavige procesdossier bevindt zich een administratief beroepschrift van 4 augustus 2003. Dit administratief beroepschrift is een kopie van het administratief beroepschrift in het procesdossier, geregistreerd bij de rechtbank onder procedurenummer 03/1196 WRB. Nu in deze laatste zaak door appellant een besluit op administratief beroep is genomen, staat dit eraan in de weg dat een kopie van het daaraan ten grondslag liggende administratief beroepschrift in een andere zaak, te weten de onderhavige zaak, als een zelfstandig administratief beroepschrift aangemerkt kan worden. Ook op andere wijze is niet gebleken of door [wederpartij] aannemelijk gemaakt dat hij in de onderhavige zaak administratief beroep heeft ingesteld. De rechtbank heeft dit miskend.
2.3.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep bij de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I.    verklaart het hoger beroep gegrond;
II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 28 juni 2005, 03/1408;
III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Altena    w.g. Klein
Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2006.
176-512.