ECLI:NL:RVS:2006:AV0274
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- A.W.M. Bijloos
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing planschadevergoeding wegens ontbreken vrijstellingsbevoegdheid voor dienstwoning
Appellant exploiteert een autoschadeherstelbedrijf op een perceel dat oorspronkelijk was bestemd als 'Handel en Nijverheidsbedrijf klasse A' volgens het bestemmingsplan uit 1967. In 1998 werd het perceel herbestemd als 'Bedrijven', waarbij de bouw van een bedrijfswoning niet meer was toegestaan.
Appellant verzocht om planschadevergoeding omdat hij meende dat het eerdere bestemmingsplan een vrijstellingsbevoegdheid bood om een dienstwoning te bouwen, hetgeen door de latere wijziging werd beperkt. De rechtbank oordeelde echter dat het oude bestemmingsplan geen dergelijke vrijstelling kende.
Appellant voerde aan dat de vrijstellingsbevoegdheid impliciet aanwezig was en dat eerdere gemeentelijke communicatie en een kettingbeding in de transportakte dit bevestigden. De Raad van State stelde echter dat bij uitleg van bestemmingsplanvoorschriften uitsluitend de tekst en toelichting van het plan bepalend zijn, waardoor deze argumenten niet konden worden meegewogen.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat er geen binnenplanse vrijstellingsbevoegdheid bestond voor het bouwen van een dienstwoning ten behoeve van het bedrijf van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om planschadevergoeding bevestigd.