ECLI:NL:RVS:2006:AV0913
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omzetting voorwaardelijke toevoeging in definitieve toevoeging op grond van financiële draagkracht
Het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te 's-Hertogenbosch heeft bij besluit van 4 februari 2004 geweigerd de voorwaardelijke toevoeging van appellant om te zetten in een definitieve toevoeging, omdat de financiële draagkracht van appellant bij beëindiging van de rechtsbijstand het toegestane bedrag overschreed.
Appellant stelde dat het bureau geen vermogen had mogen vaststellen vanwege een lopend hoger beroep in de boedelscheidingsprocedure en dat ook aanspraken van zijn ex-echtgenote in aanmerking genomen hadden moeten worden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bureau terecht de vordering van appellant op zijn ex-echtgenote als vermogen heeft meegeteld, waardoor het vermogen het toegestane bedrag overschreed. Kosten van bijstand na beëindiging van de rechtsbijstand en leningen voor levensonderhoud konden niet in mindering worden gebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering om de voorwaardelijke toevoeging om te zetten in een definitieve toevoeging wegens overschrijding van de financiële draagkracht.