ECLI:NL:RVS:2006:AV0916
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens niet-vergunningplichtige lozing poetsdoeken
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden legde appellante op 12 juli 2004 een last onder dwangsom op wegens het overtreden van lozingsnormen uit haar milieuvergunning. Appellante voerde aan dat de lozing niet vergunningplichtig was omdat de poetsdoeken werden gereinigd en hergebruikt, waardoor geen sprake was van afvalstoffen.
De Raad van State oordeelde dat de poetsdoeken, die in de inrichting werden gereinigd en teruggegeven aan de klanten in dezelfde hoeveelheid, niet als afvalstoffen konden worden aangemerkt. Slechts een klein percentage werd afgekeurd en vervangen door nieuwe doeken. Hierdoor was er geen sprake van zich ontdoen van afvalstoffen, zoals bedoeld in de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom. Tevens werd het bestuursorgaan veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt vernietigd en herroepen.