ECLI:NL:RVS:2006:AV0926
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onttrekking perceel aan openbaar verkeer wegens ontbreken openbare weg
De zaak betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage over het besluit van de gemeenteraad van Den Haag om bepaalde percelen aan het openbaar verkeer te onttrekken. Appellante betwistte dat perceel [c] een openbare weg was en dat het onttrekken daarvan aan het openbaar verkeer terecht was.
De rechtbank oordeelde dat perceel [c] nooit een openbare weg in de zin van artikel 4 van Pro de Wegenwet is geweest, omdat het niet gedurende dertig achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk was. Dit oordeel werd bevestigd door de Raad van State. De Raad nam mee dat het perceel geen doorgaande route vormt en dat er in het verleden een hek en een bordje waren die de toegang beperkten.
Appellante voerde aan dat bewoners en bezoekers via perceel [c] toegang hadden, maar dit beperkte gebruik was onvoldoende om te spreken van openbaarheid voor een ieder. Verder werden de overige gronden van het hoger beroep niet behandeld omdat deze niet relevant waren na het oordeel over de openbaarheid.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling op te leggen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de onttrekking van perceel [c] aan het openbaar verkeer bevestigd.