ECLI:NL:RVS:2006:AV0940
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.A.M. van Angeren
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning verplaatsing inrit wegens verkeersveiligheid en inrittenbeleid
Het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk verleende aanvankelijk een vergunning voor het verplaatsen van een bestaande inrit ten behoeve van een pand binnen de bebouwde kom. Na bezwaar van een derde-belanghebbende werd deze vergunning herroepen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herroeping ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste de weigering aan het toepasselijke artikel 2.1.5.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Bergeijk en het gemeentelijke inrittenbeleid vastgelegd in de Notitie inrittenbeleid. Dit beleid verbiedt in principe meerdere inritten voor woonkavels binnen de bebouwde kom en stelt criteria voor verkeersveiligheid en doelmatigheid van weggebruik.
De Raad van State oordeelde dat het college het beleid terecht heeft toegepast, waarbij het perceel van appellant samen met het bedrijf van de derde-belanghebbende als één perceel werd beschouwd. De ligging van de weg binnen de bebouwde kom is bepalend voor de beoordeling. Het betoog van appellant dat bijzondere omstandigheden tot afwijking van het beleid zouden moeten leiden, werd verworpen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.