ECLI:NL:RVS:2006:AV0965
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij niet voortzetten ambtshalve voorbereidingsprocedure intrekking vergunning opslag consumentenvuurwerk
Verweerder heeft bij brief van 6 april 2005 medegedeeld dat hij de ambtshalve voorbereidingsprocedure tot gedeeltelijke intrekking van de milieuvergunning voor opslag van consumentenvuurwerk niet voortzet. Appellante stelde dat deze brief een besluit was in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dat dit besluit in strijd was met de beginselen van behoorlijk bestuur. Subsidiair stelde zij dat bij het niet voortzetten sprake was van een overschrijding van de beslistermijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de brief van verweerder geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro bevatte omdat er geen rechtsgevolg werd beoogd. Ook was de voorbereidingsprocedure gestopt binnen de wettelijke termijn. Omdat artikel 20.1 Wet milieubeheer alleen beroep tegen besluiten openstelt, was de Afdeling niet bevoegd het beroep te behandelen.
De Afdeling verklaarde zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het beroep. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 1 februari 2006.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet voortzetten van de voorbereidingsprocedure.