ECLI:NL:RVS:2006:AV0971
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- W.D.M. van Diepenbeek
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herroeping gedoogbesluit wegens onvoldoende rechtszekerheid omtrent termijn
Bij besluit van 14 december 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groesbeek het in werking zijn van een pluimveebedrijf zonder vereiste vergunning onder voorwaarden gedoogd. Tevens werd een eerder opgelegde last onder dwangsom ingetrokken. Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat geen concreet uitzicht op legalisatie bestond en dat de cumulatie van stankhinder onaanvaardbaar was.
De Raad overwoog dat verweerder terecht handhavend kon optreden, maar dat het gedoogbesluit steunde op een ontvankelijke vergunningaanvraag en concreet uitzicht op legalisatie. Wel oordeelde de Raad dat het ontbreken van een concrete vervaldatum in het gedoogbesluit in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom werd het gedoogbesluit en het handhavingsbesluit voor zover het de termijn betreft vernietigd en herroepen.
De Raad bepaalde dat het gedoogbesluit vervalt zodra het vergunningbesluit in werking treedt, doch uiterlijk op 1 juli 2006. Het beroep van appellanten sub 1 was voor het deel van de termijn gegrond en voor het overige ongegrond. Het beroep van appellant sub 2 werd ongegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten sub 1.
Uitkomst: Het gedoogbesluit wordt herroepen en vernietigd voor zover het de termijn betreft, met een uiterste vervaldatum van 1 juli 2006, en het overige beroep wordt ongegrond verklaard.