Uitspraak
2005406364/1, heeft de Afdeling het beroep gegrond verklaard en het besluit van 25 juni 2004 vernietigd.
200406364/1, evenals de Voorzitter in zijn uitspraak van 20 oktober 2004, in zaak no.
200406364/2, overwogen dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit van 25 juni 2004 sprake was van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. De Voorzitter overwoog daartoe in zijn uitspraak van 20 oktober 2004 dat niet is gebleken dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit een sterk van 11 paarden en/of pony's afwijkend veebestand aanwezig was. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 16 februari 2005 vervolgens overwogen dat voor zover verweerder ter zitting heeft betoogd dat uit verschillende controlebezoeken is gebleken dat slechts 4 tot 7 paarden op het perceel Landbouwstraat 25 aanwezig waren en dat dit de conclusie rechtvaardigt dat [vergunninghouder] slechts nog op hobbymatige wijze paarden houdt, wat er ook zij van het aantal paarden, verweerder onvoldoende heeft weersproken dat in de inrichting op bedrijfsmatige wijze, zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, paarden worden gehouden.