ECLI:NL:RVS:2006:AV1257
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid beroep vreemdeling tegen afwijzing tewerkstellingsvergunning
De Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) wees op 19 maart 2004 de aanvraag van een werkgever om een tewerkstellingsvergunning voor een vreemdeling af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de CWI niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de CWI, waarna de CWI hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling geen belanghebbende is zoals bedoeld in artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het besluit uitsluitend gericht is tot de werkgever die de vergunning aanvraagt. Het belang van de vreemdeling is afgeleid en niet rechtstreeks bij het besluit betrokken. Hierdoor is het bezwaar van de vreemdeling terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het hoger beroep van de CWI werd gegrond verklaard en het eerdere oordeel van de rechtbank verworpen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat hij geen belanghebbende is voor het bezwaar tegen de afwijzing van de tewerkstellingsvergunning.