ECLI:NL:RVS:2006:AV1264
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking wapens en jachtakte
Appellant had bij besluit van 18 augustus 2004 door de korpschef van regiopolitie Gelderland-Zuid zijn verloven in de zin van de Wet wapens en munitie, jachtakte en Europese wapenpas ingetrokken gekregen. De Minister van Justitie verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift geen gronden bevatte.
Appellant kreeg vervolgens de gelegenheid om de gronden binnen een termijn van vier weken aan te vullen, maar deed dit niet. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het beroep terecht niet-ontvankelijk. Appellant stelde dat de rechtbank ambtshalve de rechtsgronden had moeten aanvullen, maar dit werd verworpen omdat aanvulling alleen mogelijk is bij een ontvankelijk beroep.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 8 februari 2006.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.