Uitspraak
200307703/1(AB 2004, 284) verwezen en overwogen dat de tekst van paragraaf 8.2.1, gezien het gebiedende karakter ervan, geen andere interpretatie toelaat dan dat een recidiefvrije periode van twee jaren één van de voorwaarden is om te spreken van een geslaagde behandeling die, gevoegd bij een defecttoestand van hooguit lichte aard, alsdan geen reden behoeft te vormen de keurling zonder meer ongeschikt te verklaren voor het rijbewijs. Zoals het CBR terecht in de memorie van antwoord heeft opgemerkt, laat de Regeling, gezien de situatie van appellante, bij wie tot op de dag van het onderzoek van de eerste keuringsarts sprake was van opname vanwege een psychose en er ten tijde van de herkeuring in september 2004, nog geen half jaar was verstreken sinds de beëindiging van die opname, geen ruimte voor de afgifte van de gevraagde verklaring.