ECLI:NL:RVS:2006:AV1305
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huursubsidie en boete wegens niet melden medebewoner
Appellante ontving huursubsidie over de subsidietijdvakken 1999-2000 tot en met 2002-2003. De Minister stelde de subsidie nader vast op nihil en vorderde het teveel betaalde bedrag van €4.911,14 terug, met een boete van vier maal €225,00, omdat appellante niet had gemeld dat een medebewoner op het adres verbleef.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij door de rechtbank werd benadeeld doordat een verzoek tot aanhouding van de zaak werd afgewezen en dat de rechtbank ten onrechte verklaringen negeerde die de aanwezigheid van de medebewoner op het adres zouden ontkrachten.
De Raad van State oordeelde dat het verzoek om aanhouding terecht werd afgewezen omdat de raadsman kort voor de zitting was gewisseld en appellante geen schade had geleden. De verklaringen van appellante waren onvoldoende objectief om de aanwezigheid van de medebewoner te betwisten. De rapporten en verklaringen wezen erop dat er een gemeenschappelijk huishouden was, waardoor de medebewoner volgens de Huursubsidiewet moest worden meegeteld.
De Minister mocht daarom de subsidie herzien en het teveel betaalde bedrag terugvorderen met boete. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van huursubsidie met boete bevestigd.