Uitspraak
200600764/1en
200600765/1, ter zitting behandeld op 1 februari 2006, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. drs. R. Dhalganjansing, en het hoofdstembureau, vertegenwoordigd door Y.J. van Velzen, zijn verschenen.
Raad van State
Het hoofdstembureau van Rotterdam heeft op 26 januari 2006 alle kandidaten van de lijst 'VIP Vooruitstrevende Integratie Partij' geschrapt en de lijst ongeldig verklaard omdat dezelfde kandidaten ook verklaringen van voornemen tot vestiging hadden ingediend bij hoofdstembureaus van andere gemeenten, in strijd met de Kieswet.
Appellante voerde aan dat de kandidaten hun verklaringen in andere gemeenten hadden ingetrokken vóór het besluit, en dat intrekking mogelijk moest zijn zolang het hoofdstembureau nog niet had beslist. De Raad van State oordeelde dat de Kieswet geen mogelijkheid biedt tot intrekking van deze verklaringen na de uiterste inleverdatum van de kandidatenlijst.
Omdat op het moment van inlevering rechtsgeldige verklaringen bestonden en de intrekkingen pas daarna plaatsvonden, was sprake van dubbele verklaringen voor meerdere gemeenten. Dit leidde ertoe dat het hoofdstembureau terecht alle kandidaten heeft geschrapt en de lijst ongeldig heeft verklaard.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongeldigverklaring van de kandidatenlijst is ongegrond verklaard.