Uitspraak
200600763/1en
200600764/1, ter zitting behandeld op 1 februari 2006, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. drs. R. Dhalganjansing, en het hoofdstembureau, vertegenwoordigd door mr. M. Hertogs, zijn verschenen.
Raad van State
Bij besluit van 26 januari 2006 heeft het hoofdstembureau van Den Haag twee kandidaten van de VIP Vooruitstrevende Integratie Partij geschrapt omdat zij tevens verklaringen van voornemen tot vestiging hadden ingediend bij hoofdstembureaus van andere gemeenten. Appellante stelde dat deze verklaringen waren ingetrokken vóór het besluit, wat volgens haar mogelijk was omdat de Kieswet dit niet uitdrukkelijk verbiedt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Kieswet geen mogelijkheid biedt tot intrekking van de verklaring na het moment van inlevering van de kandidatenlijst. Omdat op dat moment rechtsgeldige verklaringen aanwezig waren, was het besluit tot schrapping terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de schrapping van twee kandidaten wegens dubbele vestigingsverklaring wordt ongegrond verklaard.