Uitspraak
200400527/1, biedt ook geen aanknopingspunten voor de juistheid van het standpunt van [wederpartij] dat gemist voordeel uit niet aangevangen bedrijfsvoering voor vergoeding in aanmerking komt. Nu [wederpartij] op de peildatum op het perceel nog geen aanvang had gemaakt met de exploitatie van bedrijfsactiviteiten kan de door hem gestelde inkomensschade derhalve niet in aanmerking komen voor vergoeding op de voet van artikel 49 van Pro de WRO.
200202475/1, geoordeeld dat het college de laatste door [wederpartij] aangevraagde bouwvergunning voor het oprichten van een paviljoen op het perceel terecht heeft afgewezen omdat de aanvraag noch voldeed aan alle vereisten voor het verlenen van een binnenplanse vrijstelling op grond van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied Oost" noch voldeed aan redelijke eisen van welstand. De door [wederpartij] gestelde schade bestaande uit de voorbereidingskosten van zijn bouwplannen kan dan ook wegens het ontbreken van causaal verband tussen de schade en de herziening niet aan de herziening worden toegerekend en kan derhalve evenmin voor vergoeding op de voet van artikel 49 van Pro de WRO in aanmerking komen.