ECLI:NL:RVS:2006:AV1763
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling en bouwvergunning voor groepspraktijk ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer verleende op 30 september 2003 vrijstelling en bouwvergunning voor het bouwen van een groepspraktijk voor huisartsen op een perceel met de bestemming 'Openbaar groen'. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en vervolgens door de rechtbank werd afgewezen. De Raad van State behandelde het hoger beroep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), waarbij vrijstelling van het bestemmingsplan mogelijk is mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, zoals een goede ruimtelijke onderbouwing en een verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten. De Raad oordeelde dat aan deze voorwaarden was voldaan, mede doordat de gemeenteraad voorbereidingsbesluiten had genomen en het college de bevoegdheid tot vrijstelling had gedelegeerd.
Appellanten voerden aan dat het besluit onredelijk was vanwege verlies van uitzicht, waardedaling van woningen en toename van verkeersbewegingen. De Raad stelde dat deze belangen niet leidden tot een onaanvaardbare inbreuk op het woongenot en dat een aparte procedure openstaat voor waardedaling. Ook het onderzoek naar alternatieve locaties door het college werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld.
De Raad concludeerde dat het college in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot vrijstelling en bouwvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.