ECLI:NL:RVS:2006:AV1767
Raad van State
- Hoger beroep
- Ch.W. Mouton
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huursubsidie wegens samenwoning op subsidieadres
De Minister van Volkshuisvesting heeft de huursubsidie die aan appellante was uitbetaald over de jaren 1998-1999 tot en met 2003-2004 teruggevorderd omdat zij aannemelijk achtte dat appellante met een medebewoner samenwoonde op het subsidieadres. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond.
Appellante stelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd dat de Minister terecht tot deze conclusie was gekomen. De Raad van State oordeelde dat de verklaringen van appellante en de medebewoner, vastgelegd in ambtelijke processen-verbaal, voldoende grond boden om aan te nemen dat de medebewoner hoofdverblijf had op het subsidieadres. Ook andere getuigenverklaringen bevestigden dit.
Verder verwierp de Afdeling het verweer dat de verklaringen onder druk waren afgelegd. De Minister mocht uitgaan van de juistheid van de verklaringen, tenzij bijzondere omstandigheden dat tegenspraken, wat niet was gebleken. De toekenning van huursubsidie vanaf 1 juli 2005 deed hieraan niet af, omdat de toetsing achteraf plaatsvindt.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van huursubsidie bevestigd.