ECLI:NL:RVS:2006:AV1789

Raad van State

Datum uitspraak
10 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200509760/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.J. Hoekstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Groenproject 't Sloe

De gemeenteraad van Borsele stelde op 3 maart 2005 het bestemmingsplan Groenproject 't Sloe vast, dat voorziet in de aanleg van circa 100 hectare multifunctioneel groengebied als landschappelijk element en buffer tussen het industriegebied Sloe en de kernen van Borsele.

Verzoeker, een agrariër, maakte bezwaar tegen de goedkeuring van het plan door het college van gedeputeerde staten van Zeeland, stellende dat het plan onevenredige nadelen voor zijn bedrijfsvoering zou meebrengen. Hij verzocht de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.

De Voorzitter overwoog dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Uit het onderzoek bleek dat de aanplant van bomen aan de westzijde van de Kaaiweg reeds had plaatsgevonden, terwijl op andere delen waar nog geen aanplant was, verzoeker geen gronden bezit in de directe nabijheid. Hierdoor achtte de Voorzitter het niet aannemelijk dat het plan vóór de bodemprocedure onevenredige nadelige gevolgen voor verzoekers bedrijfsvoering zou veroorzaken.

Daarom concludeerde de Voorzitter dat er geen spoedeisend belang was om een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan Groenproject 't Sloe wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

200509760/2.
Datum uitspraak: 10 februari 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Zeeland,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 3 maart 2005 heeft de gemeenteraad van Borsele, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 februari 2005, het bestemmingsplan "Groenproject 't Sloe" vastgesteld.
Verweerder heeft bij zijn besluit van 4 oktober 2005, kenmerk 0509823/112/28, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.
Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 22 november 2005, bij de Raad van State ingekomen op 29 november 2005, beroep ingesteld.
Bij brief van 22 november 2005, bij de Raad van State ingekomen op 29 november 2005, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 februari 2006, waar verzoeker in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. J.M. den Boer, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.
Voorts is als partij gehoord de gemeenteraad van Borsele, vertegenwoordigd door J.A.M. Koolen, ambtenaar van de gemeente.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wetten op het geding van toepassing blijft.
2.3.    Het plan voorziet in een juridisch-planologische regeling voor de aanleg van ongeveer 100 ha multifunctioneel groengebied dat deel uitmaakt van het groenproject 't Sloe in de Kraaijertpolder en de Borsselepolder. Het groenproject dient als afschermend element tussen het industriegebied Sloe en de kernen van de gemeente Borsele. Voorts krijgt het gebied een landschappelijke functie waarin plaats is voor extensieve recreatie.
2.4.    Verzoeker stelt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan. Hij voert aan dat het plan onevenredige nadelen meebrengt voor de bedrijfsvoering van zijn agrarisch bedrijf.
2.5.    Verweerder heeft in de bedenkingen van verzoeker geen aanleiding gezien het plan in strijd met het recht of een goede ruimtelijke ordening te achten en heeft het goedgekeurd.
2.6.    Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting stelt de Voorzitter vast dat de aanplant van bomen ter plaatse van de plandelen met de bestemming "Multifunctioneel groengebied" die aan de westzijde van de Kaaiweg liggen, reeds heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van de plandelen met de bestemming "Multifunctioneel groengebied" die liggen aan de Vaathoekweg en waarbinnen de aanplant nog niet heeft plaatsgevonden, is gebleken dat verzoeker geen gronden bezit in de onmiddellijke nabijheid van deze plandelen. Gelet hierop is niet aannemelijk geworden dat de inwerkingtreding van het plan voordat in de bodemzaak zal zijn beslist, zal kunnen leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor de bedrijfsvoering van het bedrijf van verzoeker.
2.7.    Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de Voorzitter niet gebleken van een spoedeisend belang. Derhalve bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe dient te worden afgewezen.
2.8.    Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.A. Bultema, ambtenaar van Staat.
w.g. Hoekstra    w.g. Bultema
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2006
400.