ECLI:NL:RVS:2006:AV1795
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning spoorwegemplacement wegens onzorgvuldige geluidsbeoordeling
Het dagelijks bestuur van de Milieudienst West-Holland verleende op 4 maart 2005 een vergunning aan ProRail B.V. voor het oprichten en in werking hebben van een spoorwegemplacement te Leiden. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld door ProRail en omwonenden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat het besluit beoordeeld moest worden aan de hand van het recht zoals dat gold vóór 1 december 2005.
De Afdeling stelde vast dat het omrijden van locomotieven onderdeel is van doorgaand treinverkeer en daarom niet vergunningplichtig is, waardoor het buiten behandeling laten van dit deel van de aanvraag terecht was. Wel werd geoordeeld dat de geluidsnormen onzorgvuldig waren vastgesteld. Verweerder had zich gebaseerd op onjuiste en onvolledige gegevens en had onvoldoende gemotiveerd dat de geluidnormen voldoende bescherming boden tegen geluidhinder.
Gezien het belang van het aspect geluid voor de gehele inrichting werd het besluit, behoudens het buiten behandeling laten van de aanvraag voor het omrijden, vernietigd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten sub 1 en sub 3. De beroepen van appellanten sub 1 en 2 werden gedeeltelijk gegrond verklaard, dat van appellanten sub 3 volledig.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onzorgvuldige geluidsbeoordeling, met uitzondering van het buiten behandeling laten van de aanvraag voor het omrijden van locomotieven.