ECLI:NL:RVS:2006:AV1812
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ligplaatsvergunning en bestuursdwang voor bedrijfsvaartuig in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees op 5 november 2004 de aanvraag voor een ligplaatsvergunning voor een bedrijfsvaartuig aan de Westerdoksdijk af en legde bestuursdwang op. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de activiteiten op het vaartuig niet watergebonden zijn, omdat deze ook op het land kunnen worden uitgevoerd. De beperkte uitleg van watergebonden activiteiten is in lijn met de Verordening op de haven en het binnenwater van Amsterdam, die een vergunningplicht stelt voor ligplaatsen van bedrijfsvaartuigen. Het college mocht het standpunt innemen dat culturele activiteiten op het schip geen watergebonden activiteiten zijn.
Verder werd geoordeeld dat het feit dat het schip al meer dan 20 jaar op de locatie ligt en havengeld is betaald, geen bijzondere omstandigheid vormt die recht geeft op een vergunning. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de vergunningen voor een hotelboot en drijvend restaurant gebaseerd zijn op bijzondere gevallen met een duidelijke binding met Amsterdam.
Ten slotte was het college bevoegd bestuursdwang toe te passen omdat het schip zonder vergunning ligplaats innam en er geen concreet uitzicht op legalisatie was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de ligplaatsvergunning en bestuursdwang bevestigd.