ECLI:NL:RVS:2006:AV2226
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- K. Brink
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vergunning voor rundvee- en vleesvarkenshouderij wegens milieuoverwegingen
Bij besluit van 23 augustus 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Loenen een milieuvergunning voor een rundvee- en vleesvarkenshouderij. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De Raad van State behandelde de zaak en oordeelde dat nader onderzoek niet nodig was en dat het besluit beoordeeld moest worden volgens het recht dat gold vóór 1 december 2005.
Appellante voerde aan dat de afstand tussen haar woning en de inrichting onvoldoende was volgens de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996, en dat er onaanvaardbare stank- en geluidhinder zou ontstaan. De Raad stelde vast dat het achterste deel van haar woning niet als woonruimte wordt gebruikt en dat de afstand tot de ventilatoruitlaten van de stallen wel 50 meter bedraagt, conform de richtlijn. Ook de geluidgrenswaarde van 68 dB(A) tijdens de dagperiode werd als toereikend beoordeeld.
De Raad concludeerde dat verweerder binnen zijn beoordelingsvrijheid heeft gehandeld en dat de vergunning voldoende milieubescherming biedt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.