ECLI:NL:RVS:2006:AV2235
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding milieuvergunning
Bij besluit van 18 november 2005 legde het college van burgemeester en wethouders van Oirschot een last onder dwangsom op aan verzoekster wegens overtreding van voorschriften uit milieuvergunningen van 1995 en 2005. Verzoekers maakten bezwaar en verzochten op 2 januari 2006 bij de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 2 februari 2006 en stelde vast dat de overtreding bestond uit het niet conform de vergunningen functioneren van stallen volgens het Groen Labelstalsysteem. Verzoekers hadden een aanvraag voor een revisievergunning ingediend en een stappenplan overlegd om de overtreding te beëindigen. Verweerder erkende dat de aanvraag op onderdelen ontoereikend was, maar achtte handhaving noodzakelijk omdat de overtreding voortduurde tot de vergunning zou worden verleend.
De Voorzitter oordeelde dat handhaving in dit geval onevenredig was gezien de gemaakte afspraken, het overgelegde stappenplan en de gevolgen van de voorgestelde maatregelen, zoals het verminderen van het aantal dieren of het plaatsen van luchtwassers. Het besluit was daarom in strijd met het motiveringsbeginsel van artikel 3:4 Awb Pro. De Voorzitter schorste het besluit en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom is geschorst wegens onevenredigheid en strijd met het motiveringsbeginsel.