ECLI:NL:RVS:2006:AV2238
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- M.A.G. Stolker
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens bodemverontreiniging
De besloten vennootschap DGV Retail B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Gouda aan haar heeft opgelegd wegens overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming en artikel 1.1a van de Wet milieubeheer.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening en constateerde dat het niet definitief vaststaat of de bodemverontreiniging na 1987 is ontstaan. Dit is relevant omdat de plicht tot verwijdering dan wel de regeling voor oude gevallen van bodemverontreiniging van toepassing is.
Gezien het ontbreken van duidelijkheid en het feit dat de verontreiniging al in 1994 is vastgesteld, achtte de Voorzitter het niet aannemelijk dat onmiddellijke maatregelen noodzakelijk zijn. Ook was de last onder dwangsom onvoldoende duidelijk geformuleerd over de te nemen acties.
Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, met de mogelijkheid tot verlenging indien een nieuwe voorlopige voorziening wordt gevraagd. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.